zondag 19 april 2009

Sherlock Holmes: The Case of The Illustrious Client. Arthur Conan Doyle (1924)

Ik overwoog om in mijn herleesdrang ook de Sherlock Holmes verhalen van onder het stof te halen, maar ik twijfel of dat wel zo'n goed idee is, als The Adventure of the Illustrious Client representatief blijkt te zijn.

Een koppel wil trouwen. Ze zijn allebei aantrekkelijk, rijk en blijkbaar van goeden huize. De man werd verdacht van de moord op zijn eerste vrouw maar niets is bewezen. Hij heeft zijn tweede vrouw op de hoogte gebracht van zijn verleden. Uiteraard bestaat de kans dat hij de dingen in een voor hem gunstig daglicht heeft gesteld maar dat is alleen maar menselijk.
Het is dus een romance met een verlossingselement: de liefde van een goede vrouw die ondanks de lastercampagne trouw blijft. Tot de ontevreden vader van het meisje Sherlock Holmes in dienst neemt. (Eigenlijk is het niet de vader maar iemand die dicht bij de familie staat en anoniem wil blijven. Vandaar de titel, die blijkbaar verder niets met het verhaal te maken heeft en dus het enige mysterie in dit avontuur is.) Holmes gaat in het verleden van de man woelen op zoek naar onfrisse zaken. Hij vindt een versmade minnares die wraak wil nemen. Geen objectief persoon, als je haar relatie met de man in kwestie in aanmerking neemt.

Holmes probeert de verloofde er persoonlijk van te overtuigen dat ze op het punt staat een foute beslissing te nemen. Gelukkig blijft de verloofde koel en dient hem van repliek:
"Possibly you mean well, though you are a paid agent who would have been equally willing to act for the Baron as against him… the opinion of all the world is no more to me than the twitter of those birds outside the window. If his noble nature has ever for an instant fallen, it may be that I have been specially sent to raise it to its true and lofty level."
Dat is gesproken.

Holmes wordt op straat aangevallen en veronderstelt meteen dat de toekomstige echtgenoot de aanval heeft beraamd. Waarom die zekerheid? Heeft Holmes maar één vijand?
Voorlopig heeft hij niets van zijn zaak gemaakt. Dus stuurt hij Watson met een totaal overbodige kennis van Chinese kunst naar de man die een verzamelaar is. Onder een valse naam, natuurlijk. Met een stuk porselein dat niet te koop is. Dit alleen maar om de aandacht van de man af te leiden van een inbraak die Holmes op dat moment pleegt, samen met de versmade minnares! Die besluit het recht ook maar in eigen hand te nemen, (als Holmes het doet, waarom zij dan niet?) en giet vitriool in het gezicht van de man.
Watson verzorgt de man maar kan ondanks de valse naam en zijn duidelijke rol bij de inbraak moeiteloos wegglippen wanneer de politie arriveert.

Het huwelijk gaat niet door. Volgens Holmes omdat hij een dagboek met de vorige veroveringen van de man (die tenslotte een verzamelaar is) naar de vrouw heeft gestuurd. Maar het kan net zo goed zijn dat de man besluit om de verloving af te breken nu hij verminkt is.
Methodes: leugens, laster, valse adreskaartjes, inbraak, vitriool, een selectief rechtsorgaan.
Bilan: een verminkte man, een ongelukkige verloofde, een veroordeelde vrouw.
Een inbraak kan hij niet meer tot een goed einde brengen. Hij sleurt zelfs een onberekenbaar element mee naar de inbraak. Laten we hem maar geloven als hij zegt dat hij geen idee heeft wat er in het pakje zit dat de minnares met zich meedraagt. Een jongere Holmes zou het al tien keer gededuceerd hebben, maar deze is nogal laks en dus hopelijk niet medeplichtig aan het verminken van zijn medemens. Hij mag dan al beweren dat"The only safe plotter was he who plotted alone," maar dat is hij deze keer blijkbaar vergeten. En een goede reden om haar mee te nemen heeft hij niet.
Een plan, een Holmes waardig heeft hij ook al niet. Alle informatie wordt hem zomaar in de schoot geworpen en dan nog doet hij er niets mee. Wanner hij wordt aangevallen op straat, kan hij zich niet verweren. Hij liegt tegen de pers. Hij riskeert moeiteloos het leven van zijn vriend (want een man die plots een leugenaar in zijn huis ontdekt, kan woedend worden) En Justitie kijkt zijn acties door de vingers.
"But when an object is good and a client sufficiently illustrious, even the rigid British law becomes human and elastic."

Want de client heeft een koets met wapenschild, is waarschijnlijk royalty . Heeft die andere plannen met de verloofde? Het wordt wel duidelijk waarom Holmes er zo gemakkelijk mee weg komt: Cronyism.

Ondanks al deze blunders is Holmes zelf tevreden. Is dit Doyle’s manier om met Holmes af te rekenen: een oude verbitterde man die geen ideeën meer heeft, die inbraken pleegt, die een aantrekkelijk koppel uit elkaar trekt. (Holmes zelf is niet de meest frisse verschijning: "looking like some terrible ghost, his head girt with bloody bandages, his face drawn and white.") Is dit de haat van de auteur voor een van zijn personages?

Er is de obligate homo-erotiek. Ze zitten in een Turks bad :

"There is an isolated corner where two couches lie side by side and…I had asked him whether anything was stirring."

En wel een mooi beeld:
He has breeding in him – a real aristocrat of crime, with a superficial suggestion of afternoon tea and all the cutlery of the grave behind him.

Maar wat: "inflexible and remote as a snow image on a mountain" moet zijn, weet ik niet.

Ik kan beter het plezier bewarendat ik lang geleden in de verhalen had en Holmes laten rusten.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten