
1st: Een stevig gebouwd man keek neer op de purser die achter een tafeltje zat bij de gang naar de hutten van de eerste klasse.
Van de boeken die ik in 1984 las, wil ik er nu, 25 jaar later, een handvol herlezen. Ik was vooral nieuwsgierig naar Apollyon. Ik herinnerde me slechts de bijnaam Craquelé, (voor een mevrouw met gebarsten make-up) en een dialoog van de hoofdpersonages over Emily Brontë. Maar waar ging het boek in Godsnaam over? Waarom maakte het boek zo'n indruk dat ik het wat later zelfs uit de bibliotheek stal?
Het is me nog steeds niet helemaal duidelijk. Het is een on-Nederlands boek, dat wel, in die mate dat ik tijdens het lezen dikwijls een vertalingsoefening maakte -hoe zou dit klinken in de originele taal? - om dan te beseffen dat dit de originele taal was. Bordewijk versterkt dit door een keuze van woorden die in 1940 misschien perfect Nederlands waren, maar waarvan ik toch vermoed dat het anglicismen zijn. Achtergedachten bijvoorbeeld of:
"...dan was ze haar eigen meesteres, - ten laatste."
Het is me nog steeds niet helemaal duidelijk. Het is een on-Nederlands boek, dat wel, in die mate dat ik tijdens het lezen dikwijls een vertalingsoefening maakte -hoe zou dit klinken in de originele taal? - om dan te beseffen dat dit de originele taal was. Bordewijk versterkt dit door een keuze van woorden die in 1940 misschien perfect Nederlands waren, maar waarvan ik toch vermoed dat het anglicismen zijn. Achtergedachten bijvoorbeeld of:
"...dan was ze haar eigen meesteres, - ten laatste."
Het is geen toeval dat de Brontës uitvoerig worden besproken in het boek.
Charlotte Brontë wisselt in Shirley komedie (de vicars) af met lange dialogen over de rol van de vrouw, over de dynamiek van man-vrouw relaties, over liefde, geloof en de zin van het leven. Bordewijk wisselt dezelfde thema's af met de komedie van het pension:
"Ze waren moeder en dochter, dat zag je dadelijk, want ze hadden dezelfde zonderlinge koppen, groot, rond, dik en wit, voorhoofden vol bulten als stootblokken waartegen massa's treinen zijn opgetornd, een verstijfd lachje, de wanhoop nabij, en ogen: twee druppels pek bij toeval neergekomen in de taaie bleke brij van hun trekken."
"...een blond meisje van vijf en dertig jaar, met lichte extatische ogen, dat altijd binnenkwam als in trance, alsof ze achtstemmig uit de hemel hoorde zingen."
"...en meneer FitzPatrick gaf blijk van een groot aantrekkingsvermogen voor een kleine vreemde jongen, die hem met de volharding van een bergklauteraar besteeg, en op zijn knie gezeten de vinger herhaaldelijk stak in de mond van de goede man, als wou het kind onderzoeken of die toetsen van kolossale tanden de tonen gaven van een klavier."
Is Shirley het skelet van het boek, dan is de ziel ervan Wuthering Heights, het schoolvoorbeeld van gedoemde liefde, van passie die levens vernietigt en van larger-than-life figuren. Bij Emily Brontë zijn de personages abnormaal in hun gedrag, in hun monomanie, in hun gretigheid om ten volle te leven. (denk ik toch, het is ook een te herlezen boek) Bij Bordewijk zijn ze dat door hun gedachtegoed, hun te ver doorgedreven ratio. Starnmeer is een anti- Heathcliff, hij brandt niet op in het moment, hij wordt niet verteerd door scheefgegroeide liefde die onuitroeibare haat is geworden. Hij heeft zich uit het leven teruggetrokken, zit in een koud en cynisch bad en kijkt naar de overbodige stuiptrekkingen van het mensdom.
In het boek krijgt hij woorden als demon en duivel naar het hoofd gegooid, en je zou dan ook denken dat hij de Apollyon van de titel is, de Heer van de Vliegen. Hij wordt als een vernietiger beschreven in de flaptekst en in de weinige recensies van het boek die ik kon vinden. Maar dat is te gemakkelijk. Hij is veel te menselijk, te passief ook, om mensen bewust te breken. Als hij al levens vergiftigt, dan is het door zijn uitspraken, en zoals op het einde van het boek ook wordt aangestipt, je kan niet iemand ziek maken indien die niet al openstaat voor de ziekte, voor de twijfel.Het scharniermoment in het boek komt er wanneer Starnmeer moet beslissen of hij al dan niet seks zal hebben met Bella, de vrouw van zijn leven. Het is een gebeurtenis van monumentaal belang, niet alleen omdat zij nog maagd is, maar omdat ze, na het aanvankelijke twijfelen en spelen en flirten en aftasten, door het fysieke verbonden zullen worden. Het is elkaar het ja-woord geven door de daad.
"Hij ging zijn kamer binnen, maakte licht, wierp zijn regenjas op het bed en stond weer stil, in het midden, nadenkend. Hij was een man met in zich peilloze afgronden naast talrijke ondiepten. Dit was een groot moment, maar groter voor haar dan voor hem, oneindig groter. Hij wist niet wat zij wilde dat hij doen zou, hij wist niet wat hij zelf wilde, hij wist niet of hij wilde als zij. Hij stond doodstil en trachtte zichzelf te peilen, maar hij kon niet de bodem van een stellige wil in zich vinden. Hij voelde wel een hunkeren, maar geen voornemen. Hoe lang hij daar stond, in zijn kamer, in het midden, in het licht, drong niet tot hem door. Hij merkte pas dat hij een sigaret had opgestoken toen zijn hand bezig was het stompje te doven in de asbak."
"Hij ging zijn kamer binnen, maakte licht, wierp zijn regenjas op het bed en stond weer stil, in het midden, nadenkend. Hij was een man met in zich peilloze afgronden naast talrijke ondiepten. Dit was een groot moment, maar groter voor haar dan voor hem, oneindig groter. Hij wist niet wat zij wilde dat hij doen zou, hij wist niet wat hij zelf wilde, hij wist niet of hij wilde als zij. Hij stond doodstil en trachtte zichzelf te peilen, maar hij kon niet de bodem van een stellige wil in zich vinden. Hij voelde wel een hunkeren, maar geen voornemen. Hoe lang hij daar stond, in zijn kamer, in het midden, in het licht, drong niet tot hem door. Hij merkte pas dat hij een sigaret had opgestoken toen zijn hand bezig was het stompje te doven in de asbak."
Dit zijn niet de overwegingen van een Don Juan, een demon, een pervert, een de Sadefiguur die plezier heeft in het vernielen van een maagdelijk wezen. Integendeel, het is een oud geworden Hamlet, zonder wil, maar met een restant geweten die hem doet kiezen voor onthouding.
Het is een mooie scène, waar het woord seks niet eens in voorkomt. De laatste zin (los van een mogelijke analytische lezing van fysieke impotentie) is een perfecte samenvatting van het boek. Hij heeft vuur, hij heeft de mogelijkheid tot genot, maar hij merkt het nauwelijks en laat het uitdoven. Later bekent hij zelfs:
Het is een mooie scène, waar het woord seks niet eens in voorkomt. De laatste zin (los van een mogelijke analytische lezing van fysieke impotentie) is een perfecte samenvatting van het boek. Hij heeft vuur, hij heeft de mogelijkheid tot genot, maar hij merkt het nauwelijks en laat het uitdoven. Later bekent hij zelfs:
"Ik zal je eens wat zeggen, Ewijk. ik ben soms bang voor het grote, in welke vorm ook, schoonheid, macht genie... Ik was eigenlijk bang voor háár..."
Geen duivel dus. Moeten we het boek dan, met Wuthering Heights in het achterhoofd, lezen als een beschrijving van het noodlot zodat Starnmeer en Bella pionnen zijn in het grote, waarschijnlijk zinloze schaakspel dat met ons allen wordt gespeeld? Of zien Bella en Starnberg zich zelf als personages van WH, in hun drang naar een totale liefde, die niet realistisch, niet menselijk is? Dan is Bella geen slachtoffer van Starnberg, maar is zij, en in mindere mate Starnberg zelf, het slachtoffer van de literatuur. Ze is niet voor niets een bibliothecaresse, de hoedster van boeken, en gekooide dieren durven al eens in opstand komen. Ewijk, de schrijver, gaat ook al aan de literatuur ten onder. Is het boek een waarschuwing voor de gevaren van boeken?
"Dit boek... bevatte vier pagina's, een atoom, waarvan de indruk op haar geest nooit kon worden uitgewist. Niet dat het haar persoonlijkheid zou veranderen, ten goed of ten kwade, want die invloed bezit het boek hoogst zelden, en dan slechts op sensitieve figuren, en meestal ten kwade: de Christen die de Bijbel leest is niet beter dan de Chinees die hem niet leest. Maar wel werd haar hier de eigenlijke macht van het woord geopenbaard... Het goedgeplaatste woord, spontaan opgeweld of met overleg gekozen - om het even-, dat woord heeft die macht op de mens. De mens is schepper van het woord, maar zijn schepping heeft haar bedenkelijke kant. Het woord is alles, het kan balsem wezen en dolk... Zij was aangestast, beschadigd door het woord van Starnmeer."
Die geur speelt Ewijk al een tijdje parten. Het is de geur van verrotting die doorheen het boek zijn aftakeling aankondigde .
"Nu herlees ik veel...Ik heb mijn litteratuur absoluut gehamsterd. Voor mijn hele leven heb ik genoeg. Mijn mooiste momenten zijn het herdenken... Daar, bijvoorbeeld de Brontë's."
Is dat 25 jaar onbewust in mijn hoofd blijven liggen, zodat ik nu niet alleen Wuthering Heights wil herlezen, maar ook Apollyon zelf? Want hoe bizar dit boek ook is, compleet met dansende reuzinnen, ik weet nog steeds niet wat de aantrekking was voor een vijftienjarige. Misschien was het de analyse van onderlinge relaties die me toen al intrigeerde, een ander land waarvan ik voor het eerst een glimp opving. Misschien was het mijn idee dat dit een echt boek was met intelligente personages. Ik weet het niet zeker. Dit boek neemt me niet over de zeeën van verloren tijd heen, tot bij mijn jonge ik. Het herleesexperiment is deze keer mislukt. Wat niet wegneemt dat ik meer van Bordewijk wil lezen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten